Feeds:
Berichten
Reacties

Op de boot terug van Yakushima naar Kyushu zag ik de weersvoorspelling voor de volgende dag: een parapluutje met regendruppels. Niet echt het ideale weer dus om zoals gepland de vulkaan Mount Aso te gaan bekijken. Toen ik nog even op internet checkte wat ik zou missen, zag ik ook nog eens dat de toegang tot de kraterrand op het moment is afgesloten vanwege de uitstoot van giftige gassen.

Een alternatief vond ik al gauw in Dazaifu: het plaatsje in de buurt van de grote stad Fukuoka huisvest het Kyushu Nationaal Museum. Plus meerdere grote tempels. Het is tussen de 7e en 12e eeuw 500 jaar lang de hoofdstad geweest van dit Japanse hoofdeiland.

Op het station van de Nishitetsu-lijn

Dazaifu ligt aan een particuliere spoorlijn, de Nishutetsu-lijn. Het ritje van 5 minuten kost 1,50 EUR. Het is duidelijk een populaire bestemming: de trein zit vol met voornamelijk vrouwen op pad voor een dagje-uit. Ook in de hoofdstraat, een aaneenschakeling van souvenirwinkels en bakkerijen, is het flink druk. De bakkerijen verkopen de lokale specialiteit: pruimencake.

Het regent zachtjes en ik besluit eerst naar het museum te gaan. Dit ligt aan het eind van het plaatsje, tegen een bergwand aan. Het Kyushu Nationaal Museum is één van de vier nationale musea in Japan. Het is pas in 2005 gebouwd, en zit dan ook in een futuristisch pand dat van buiten op een groot aquarium lijkt. Ook hier zijn volop bezoekers, het parkeerterrein staat vol met bussen en auto’s.

Voor 13 EUR koop ik een kaartje voor de vaste collectie en de tijdelijke tentoonstelling. De vaste collectie is te zien op de vierde etage van dit immense gebouw. De collectie is gewijd aan de Aziatische geschiedenis, en dan vooral de uitwisseling tussen het Japanse eiland Kyushu en omliggende landen zoals Korea en China. Die uitwisseling blijkt anno 2012 een geheel nieuwe dimensie te hebben gekregen: er zijn heel veel Chinese toeristen. Zo luidruchtig dat je zeker weet dat het Chinezen zijn. Gelukkig is er ook veel moois te zien, allemaal supermodern ingericht natuurlijk. Ik heb een hele tijd staan kijken in de zaal met drums en gongs, waar ook een film op de muur wordt vertoond over Aziatische festivals waar die instrumenten gebruikt worden.

Een verdieping lager is een tijdelijke tentoonstelling te zien van het werk van Ikuo Hirayama. Hiervoor blijken de meeste Japanse bezoekers te zijn gekomen. Hirayama was een 20e eeuwse traditionele Japanse schilder, die over de wereld reisde en dromerige schilderijen maakte van ruïnes en woestijnlandschappen. De tentoonstelling toont afwisselend zijn schilderijen en door hem verzamelde objecten uit de landen die hij bezocht. Hij zette zich ook in voor het behoud van het culturele erfgoed, o.a. voor de Bamiyan Buddha’s in Afghanistan. Er komen in de tentoonstelling heel wat werelderfgoederen voorbij, van the Mogao-grotten in China tot aan Angkor (Cambodja) en Palmyra (Syrië).

Afbeeldingen van het werk van Ikuo Hirayama

Na een noedelsoep als lunch ga ik door richting de tempels. Het grootste complex is dat van het Tenmangu-schrijn. Het bestaat uit vijvers, bruggetjes, poorten en verschillende gebouwen. Dit is één van de drie belangrijkste Tenmangu-schrijnen in Japan – ze zijn gewijd aan de geleerde Sugawara Michizane. Het was op deze plek dat hij in 903 als balling overleed.

Zoals zoveel Shinto-heiligdommen is dit een bont en druk spektakel. De Chinese toeristen raken ook helemaal enthousiast. Japanners komen hier om te bidden voor examens en goede schoolprestaties. Je kunt er honderden soorten geluksbrengers kopen. Op papiertjes of houten bordjes kun je een wens schrijven en die aan de daarvoor bestemde rekken ophangen.

Symboliek speelt een belangrijke rol op het binnenterrein. Zo staat er de legendarische pruimenboom, die van Kyoto naar Dazaifu vloog toen de geleerde hierheen werd verbannen. Vandaar dus ook al die pruimecakejes in de winkelstraten. En zijn er tientallen beelden en beeldjes van ossen te vinden – Dazaifu is de plaats waar de os die de kar trok met de grafkist van de geleerde niet meer verder wilde lopen, en zo werd dit zijn eindstation.

Shinto-priester aan het werk

Maar zo’n 200 meter verderop kom je in een heel andere wereld. De Komyonzenji is een tempel van het Zen Boeddhisme. Zowel voor als achter heeft het een echte Zen-tuin. Die achter is een mostuin.

Aan de achterkant van het gebouw kun je vanaf een soort veranda de details op je in laten werken. En vooral genieten van de stilte – de groepen komen hier klaarblijkelijk niet. Er zijn maar 4 andere mensen die met mij in alle rust vanaf de houten vloer van de veranda de tuin in kijken. Helaas vliegt er elke 5 minuten of zo een vliegtuig over op weg naar het grote internationale vliegveld van Fukuoka. Maar daar hadden ze nog geen weet van toen de tempel eind 12e eeuw werd gesticht.

Eindelijk stilte – de Zen-tuin

De derde grote en oude tempel van Dazaifu ligt twee kilometer verderop. Ik loop ernaartoe, en verruil al snel de winkelstraten voor een wijk waar het me plezierig wonen lijkt. Behalve een enkele lokale bewoner met boodschappen in de hand of op de fiets kom ik geen mens meer tegen. Het is een lekkere wandeling, ondanks dat het nog wat druilerig weer is en mijn bovenbenen nog pijn doen van het lopen op Yakushima.

De Kanzeonji-tempel dateert uit de 8e eeuw en was in haar hoogtijdagen de belangrijkste tempel van Dazaifu. Ondanks de korte voorbereidingstijd die ik had, is me nog bijgebleven dat er iets moois te zien zou zijn in een raar bijgebouw. Dat gebouw is makkelijk te vinden, het lijkt wel een betonnen voorraadschuur op poten. Tussen die poten is een kantoortje, waar een vrouw de entreekaartjes tot de Schatkamer verkoopt. En schatten zijn het zeker, je moet er zelfs je schoenen voor uittrekken. Op de eerste verdieping staat een verzameling metershoge houten boeddhabeelden, de grootste meer dan 5 meter hoog. Geweldig!

De overige tempelgebouwen op het terrein zijn afgesloten. Het is er ook erg stil.

De laatste grote tempel van de dag

Via twee lokale treinen (2x 5 minuten), de shinkansen (30 minuten) én de slome tram van Kumamoto (25 minuten) kom ik om kwart over 6 weer “thuis” in Kumamoto. Het is een lange maar erg mooie dag geweest.

In de buurt van mijn hotel zoek ik meteen een restaurant op. En vind iets naar mijn smaak op een bovenetage waar je eet in afzonderlijke houten privé-cabines. Als je iets wilt, druk je op een knop en komt er bediening. In mijn geval een meisje dat hardnekkig en veel Japans tegen me blijft praten. Gelukkig word ik gered door een mannelijke collega die wel wat Engels spreekt en zelfs een Engelstalige menukaart tevooorschijn tovert. Naast een assortiment gegrilde spiesjes (Yakitori) en gegrilde vis probeer ik de lokale delicatesse van Kumamoto uit: rauw paardenvlees. Een beetje taai, maar best lekker.

Speciaal voor de meelezende sushi-liefhebbers: sushi met rauw paardenvlees

Wat is het?
Yakushima is een dichtbebost eiland en het laatst overgebleven ecosysteem dat wordt gedomineerd door de Japanse ceder. De bossen zijn erg oud, er is nooit gekapt. De oudste bomen zijn tot 3000 jaar oud en hebben een doorsnee van meerdere meters.

Cijfer: 8 (Niet omdat die grote coniferen nou zo spectaculair zijn, maar het is een schattig eiland met net zoveel toerisme dat het nog leuk is. En van overal zie je die prachtige groenbeboste bergen, waar je ook maar kijkt. Mensen wonen er alleen aan de kust, zo’n 15.000 in getal.)

Toegang: Er wordt geen specifieke entree geheven. Het gebied is alleen te voet te bereiken.

Hoeveel tijd: Ik was er 2,5 dag, een prima tijd denk ik. Als je heel erg van wandelen houdt en het is mooi weer, dan kun je je er nog wel langer vermaken.

Opvallend: Pas toen ik deze reis naar Japan in detail aan het voorbereiden was, kwam ik erachter dat het werelderfgoed “Yakushima” niet het hele eiland beslaat. En zelfs een flinke wandeling door de bossen en langs de kenmerkende grote Japanse ceders is nog niet genoeg. Het gebied dat tot werelderfgoed is verklaard is maar een deel van het nationaal park Yakushima. En natuurlijk net het moeilijkst te bereiken deel: de hoogste bergtoppen, de meest afgelegen bossen. Er is een wandeling van 10 uur naar de Jomon Sugi (het oudste, hoogste en bekendste exemplaar van de Japanse ceders op Yakushima) en dan bereik je net het beschermde gebied. Maar daar had ik niet zo’n zin in.

Ik heb de kaart van Yakushima naast de begrenzing van het werelderfgoed gelegd, en kwam erachter dat het verst dat je met de bus kunt komen de waterval Ohko-no-taki is. Vandaar leek het nog zo’n 3 à 4 kilometer lopen tot de rand van het werelderfgoedgebied. Gelukkig scheen de zon volop deze woensdag, en werd het na 5 minuutjes bij de waterval te hebben gekeken een prettige wandeling noordwaarts. Dit deel van Yakushima is onbewoond. Er loopt wel een asfaltweg doorheen, met de auto kun je een volle ronde over het eiland maken in tegenstelling tot de bus. Dat het er veel rustiger is dan waar ik gisteren was merk je al aan de vele vogels die je hoort en ziet. En natuurlijk weer de nodige hertjes en apen langs de kant van de weg. Na op mijn gemak een minuut of 40 gelopen te hebben bereikte ik inderdaad een bord dat je nu het werelderfgoedgebied betreedt. Missie geslaagd!

Uitgebreid verslag: http://www.worldheritagesite.org/sites/yakushima.html

In het donkere bos

Inmiddels ben ik doorgereisd van Okinawa naar een ander eiland: Yakushima. Dit ligt 2 uur varen van de kust van Kagoshima, de meest zuidelijke stad van Kyushu (één van de hoofdeilanden van Japan). Yakushima staat bekend om zijn ongerepte bossen en de grote hoeveelheid regen die er valt.

Op mijn eerste volle dag op Yakushima stap ik om half 9 op de bus naar Shiratani Unsuikyo. Dat is een park met wandelpaden van verschillende lengte en zwaarte. Je kunt er zeer oude en hoge Japanse ceders zien.

De busrit alleen al is de moeite waard. Het is maar een half uurtje rijden, maar je gaat via een smalle slingerweg tussen de bossen door omhoog. De vergezichten over de groene toppen zijn prachtig, en het wordt nog leuker als we opeens een groep apen langs de kant van de weg zien. De buschauffeur stopt om ons foto’s te laten maken. Het is een familie van een stuk of 8 Japanse makaken, inclusief een baby. De Japanse makaken onderscheiden zich van de andere makaken doordat ze een felrood gezicht hebben. Dat kun je ook goed zien als je er zo dichtbij staat. De ”oohs” en “aahs” zijn niet van de lucht bij mijn Japanse medepassagiers als er zich ook nog een hertje meldt bij het stel apen. Nou hebben we alle grotere zoogdieren die hier leven al gezien!

Japanse makaken langs de weg

De bus dropt mij en zo’n 6 medepassagiers op het parkeerterrein van het park. Daar zie je pas echt dat dit een populaire plek is voor Japanners, er staan al wel zo’n 30 auto’s en 2 bussen. Voor je het park ingaat moet je 300 Yen (3 EUR) entree betalen. En dan is het verder aan jezelf hoever je gaat lopen. Ik ben van plan de “grote ronde” van 3 uur te doen. Daarmee kom je in het meest ongerepte deel van dit bos. De wandeling staat als licht tot gemiddeld zwaar beschreven.

Al na 100 meter ga ik twijfelen aan wat Japanners met “licht” bedoelen. Je moet over een reeks grote stenen klauteren, er hangt een touw naast om je aan op te trekken. Niet mijn idee van een fijne wandeling. En ik heb al helemaal geen idee hoe de Japanse bejaarden die in groten getale aanwezig zijn dit op gaan lossen.

De eerste hindernis

Na de keien is er gelukkig gewoon weer een pad. Tot aan een grote hangbrug volgt het de loop van een bruisende rivier met watervallen. Bij de hangbrug is ook de splitsing of je de rondwandeling met de klok mee of ertegen in gaat lopen. Ik kies voor dat laatste, en loop rechtdoor het bos in. Het pad is hier vrij smal en stijgt af en toe flink. Je loopt op keien en soms op houten trappen. En als er niks anders is, over de grote wortels van de bomen.

Een kwartiertje later sta ik voor weer een hindernis in het parcours: je moet een stroompje oversteken. Gezien de grote hoeveelheid regen die hier gisteren gevallen is, staat het water vrij hoog en ik zie zo geen makkelijke manier om aan de andere kant te raken. En ik heb ook helemaal geen zin om nat te worden of te vallen. Ik keer daarom om, en ga kijken of het pad via de andere kant beter te doen is.

Gelukkig blijkt dat het geval te zijn. Het pad is daar ook vlakker en breder. En er zijn meer mensen. Na een half uur moet ook daar een stroom worden overgestoken. Ik ga eerst even staan kijken hoe de anderen dat doen. De stenen blijken precies goed te liggen in het water om ongeschonden aan de overkant te komen. Terwijl ik zo sta te wachten zie ik achter de ruggen van de toeristen opeens een aantal apen voorbijwandelen. Zij steken even verderop het water over, rustig lopend. En ook nu loopt er weer een hertje mee in hun kielzog. Dat gaat op zijn gemak staan grazen terwijl op anderhalve meter afstand een aantal druk fotograferende Japanners in felgekleurde wandelkleding staat. Het doet de dieren hier niets. Het valt ook op dat de apen niet vervelend zijn, ze hebben blijkbaar nog niet geleerd dat er eten zit in die rugzakken van de wandelaars. Dat is in landen als Thailand of India wel anders.

Oversteken zonder natte voeten?

Weer blij door dit leuke intermezzo steek ik ook “de rivier” over – het blijkt gemakkelijker te zijn dan het lijkt. Op mijn gemak loop ik daarna naar het eindpunt van deze route, de Shiratani Hut. Het is een houten gebouwtje waar je op de vloer kunt overnachten. Andere voorzieningen zijn er niet in dit park. Er staat zelfs geen frisdrankautomaat bij de ingang, terwijl je die verder in Japan om de paar honderd meter tegenkomt.

In de buurt van de hut staan enkele van de hoogste en oudste Japanse ceders van dit bos. “Japanse ceders” zijn trouwens geen ceders zoals die in Libanon, het zijn coniferen. Ze kunnen tot 70 meter hoog en 4 meter breed worden. Bij o.a. de Kugurisugi (de grote jongens hebben ook allemaal een naam) kun je erdoorheen lopen.

Eén van de enorme Yakusugi’s

Omdat dit stuk zo soepel is gegaan, besluit ik toch maar het rondje af te maken en via de route terug te lopen waar ik aan het begin van de tocht niet verder wilde. Ik kom nog een jongen tegen die in dezelfde jeugdherberg overnacht als ik, en hij zegt dat het allemaal erg meevalt.

Ik merk wel dat mijn evenwicht nu beter geoefend is dan vanochtend vroeg. Ik stap soepel van steen tot steen, en ook voor een rivieroversteek draai ik mijn hand niet meer om. Helaas heeft er zich een nieuw “probleem” aangediend: het is gaan regenen. En niet zo’n beetje ook. Gisteren in het plaatsje Miyanoura had ik ook al aan den lijve mogen ondervinden hoe hard de regen hier uit de lucht kan komen vallen, het zijn een soort tropische stortbuien. Het enige positieve eraan is dat ze nooit lang duren.

Heel veel bos…

Zonder kleerscheuren kom ik de tweede helft van de route door. Toch vind ik dit een minder interessant stuk dan het eerste. Ik zie ook geen dieren meer. Die zullen wel ergens aan het schuilen zijn. Ik stap dus maar door, terwijl ik natter en natter begin te worden. Mijn schoenen zijn ook niet meer droog, ik heb toch te vaak in plassen moeten stappen.

Na ruim 3 uur ben ik weer bij het begin. Bijna tenminste – ik ga niet terug via die rare grote stenen bij de ingang maar neem het veel gemakkelijkere pad naar de parkeerplaats. Dat blijkt ook de route te zijn die alle Japanse oudjes nemen!

Eindelijk een droog plekje

Het regent nog steeds, en ik ga schuilen op de enige overdekte plek die voorhanden is: de rokersplaats! Gerookt wordt er gelukkig niet, iedereen probeert er wat op te drogen en eet zijn zelf meegebrachte lunch. Ook ik begin aan mijn supermarktcroissantjes en sinaasappelsap.

Het is nog anderhalf uur wachten tot de bus terug gaat (14.40). Dat is best lang, en het half in de open lucht zitten is ook fris als al je kleren nat zijn. Ik besluit daarom maar vast een eind naar beneden te lopen, via de geasfalteerde weg in de richting van mijn overnachtingsplaats Miyanoura. Gelukkig is het inmiddels droog geworden. Het loopt lekker makkeljk naar beneden, en ik kan nog een laatste keer vandaag genieten van de vergezichten over de bossen, van de vele kleuren groen. Eigenlijk vind ik de bossen van bovenaf mooier dan als je er middenin loopt.

Na 3 kilometer kom ik bij de eerste bushalte, en wacht daar nog een minuut of 10 voordat de bus langskomt en me weer naar Miyanoura brengt. Een natte en vermoeiende dag was het, maar toch ben ik erg tevreden over het verloop!

Sonohyan-utaki: de heilige poort

Wat is het?
De Gusuku zijn kastelen en verwante monumenten die stammen uit de tijd dat de Ryukyu over Okinawa heersten (ca. 12e-17e eeuw). Okinawa was toen nog een zelfstandig gebied, dat floreerde door landbouw en handel met buurlanden China en Japan. De Gusuku waren de regionale politieke en religieuze centra, opgezet door stamhoofden. Het werelderfgoed bestaat uit 9 verschillende locaties verspreid over het hoofdeiland van Okinawa: 5 ruïnes van kastelen, het koninklijk mausoleum, een buitenverblijf, een heiligdom en een stenen poort. Ze staan o.a. op de werelderfgoedlijst vanwege hun unieke architectuur, een mix van Chinees en Japans.

Cijfer: 7,5 (Ik heb inmiddels al een hele reeks cijfers aan werelderfgoederen toebedeeld, en dit haalt het toch net niet voor een 8 zoals Chavin of Hué (om maar eens twee vergelijkbare plekken op aarde te noemen). De resten van de Gusuku liggen op sfeervolle locaties en geven op zijn minst een hint van de betekenis die ze eeuwen geleden hadden. Veel meer dan muren is er eigenlijk niet over – en alles wat je meer ziet is recent weer opgebouwd.)

Toegang: Ik bezocht 5 van de 9 plaatsen die behoren tot het werelderfgoed. In Naha is de entree tot Sonohyan-utaki gratis (het is ook alleen maar een gesloten poort). Voor het Shuri-kasteel (6,40 EUR), het Tama-u-dun mausoleum (2,40 EUR) en de Shinkina-en tuin (3,20 EUR) kreeg ik in totaal 3 EUR korting op vertoon van mijn dagpas voor de monorail. De 5e, Nakijin-jo in het noorden van Okinawa, kostte 4 EUR. Overal krijg je er kleurige folders bij (in het Engels), en er liggen zelfs stempelkussens om “af te stempelen” wat je allemaal gezien hebt.

Hoeveel tijd: Een halve dag voor de 4 in Naha – 3 liggen er vlakbij elkaar in Shuri, en de tuinen liggen zo’n 15 minuten met de bus van het centrum van Naha. De kasteelruïnes van Nakijin vragen een uurtje, maar ze liggen nogal afgelegen dus je bent al snel het grootste deel van de dag op pad om er te komen en er weer weg te raken.

Opvallend: Bij Sonohyan-utaki, één van de 9 locaties, vereren ze een stenen poort met een houten deur erin (zie grote foto boven). De Ryukyu-koningen kwamen hier bidden aan het begin van een grote reis. Alleen dan ging de poort open en gaf toegang tot de er achter gelegen heilige bomen. Door de bouw van een school in de jaren na de Tweede Wereldoorlog zijn zoveel bomen gekapt dat de poort nu voor altijd gesloten blijft. Men vereert daarom nu de stenen poort zelf, als substituut voor het voormalige boomheiligdom.

Uitgebreid verslag: http://www.worldheritagesite.org/sites/gusuku.html

Ik wil natuurlijk wel meer van Okinawa zien dan alleen de hoofdstad. Met het openbaar vervoer kom je een eind, als je tenminste tijd genoeg hebt. Ik kies ervoor om naar het noordwesten te gaan, naar het schiereiland bij de stad Nago. Daar ligt een aantal bezienswaardigheden bij elkaar. Het “Ananaspark” en “Okinawa Fruit Land” laat ik maar aan me voorbij gaan - ik kies voor het Nakiji-kasteel en het Churaumi Aquarium.

Al om half 8 sta ik op het busstation van Naha. Vandaar vertrekt expresbus 111 naar Nago. Het is een expresbus omdat hij over de snelweg rijdt. Het wil niet zeggen dat het dan ook snel gaat: de rit van 60 kilometer duurt anderhalf uur. Er zijn gewoon bushaltes langs de snelweg, en een keer of vijf neemt hij ook nog eens een afslag om nog een halte aan de rand van een dorp mee te nemen. Nou ja, voor mij is het ook gewoon meteen een toeristische tour over het eiland. Heel veel bos is er, valt me op. En heuvels. Het lijkt toch best veel op de Japanse hoofdeilanden.

In de regionale bussen in Japan hebben ze een prachtig systeem om de ritprijs te bepalen. Als je binnenkomt trek je een nummertje (dat is het nummer van de halte waar je bent ingestapt), en als je dan uit wilt stappen betaal je de prijs die op dat moment op het grote scorebord voorin de bus achter jouw nummer staat. Het lijkt wel bingo. En met het geven van wisselgeld wordt de chauffeur ook niet belast: automaten voor in de bus wisselen zowel briefjes als muntgeld.

Scorebord in de bus

Eenmaal aangekomen op het busstationnetje van Nago kan ik gelijk door in streekbus 66. Deze maakt een rondje over het nabijgelegen schiereiland. Het scorebord in de bus blijkt nu ook handig voor mensen die geen Japans verstaan: als je weet hoeveel je rit kost, dan weet je ook wanneer je uit moet stappen. Als ik mijn nummer op 770 Yen zie springen, weet ik dat ik in de buurt van het Nakiji-kasteel ben aangekomen. De buschauffeur wijst me in zijn beste Engels nog even de goede kant op: “mountain”.

De berg oplopen dus. Het is inmiddels kwart over 10 en flink heet. De bewegwijzering geeft aan dat het 1 kilometer is, maar het voelt meer als 1,9 of zo. Het kost me een kwartier om bij het bezoekerscentrum van Nakiji te komen. Nakiji is net als Shuri waar ik gisteren was één van de kastelen uit de tijd van het Ryukyu-koninkrijk. Samen met nog 7 andere overblijfselen uit die periode vormen ze één werelderfgoed.

Nakiji – het lijkt zo wel Machu Picchu

Shuri is helemaal herbouwd, maar hier in Nakiji zijn alleen ruïnes overgebleven. En zelfs daarvan verdenk ik de Japanners dat ze ze flink gerestaureerd hebben – de muren zien er te egaal uit. Vanaf het bezoekerscentrum moet je nog een eind verder de berg op lopen, maar dan zie je ook in wat voor prachtige omgeving je zit. Het is een heel sfeervolle plek, lekker om zo maar een beetje rond te lopen. Er bloeien veel bloemen en je ziet grote, kleurige vlinders. Het voormalige kasteel bestaat uit 6 verschillende ruimtes, maar het onderscheid is in deze vervallen staat niet meer te zien.

Na een uurtje loop ik de berg weer af, terug naar de grote weg voor de bus naar het 7 kilometer verderop gelegen Ocean Expo Park. Als ik beneden ben komt er net een bus aanrijden, gelukkig want ze rijden maar ongeveer een keer per uur. Ik ben de enige passagier, en we rijden vlot door naar mijn volgende bestemming. Ik hoef niet op de bel te drukken want de buschauffeur weet al precies waar ik er uit wil – veel anders dan het Oceaanpark met het grote aquarium is er hier niet meer op de punt van het schiereiland. Hij geeft me bij het uitstappen ook nog twee snoepjes mee!

Het aquariumtheater

Het Churaumi Aquarium is onderdeel van een groot park gewijd aan de Oceaan en voornamelijk de dieren die daarin leven. Er zijn bassins buiten met schildpadden en dolfijnen. Het is natuurlijk een populair dagje uit voor gezinnen, maar hoewel het zaterdag is valt de drukte me nog wel mee. Het is niet het soort attractie dat ik snel zal bezoeken, maar ik had goede dingen gelezen vooral over het Aquarium. Het is het op één na grootste in de wereld.

En de moeite waard blijkt het zeker te zijn. Als je oog in oog staat met de vissen is dat toch wel fascinerend. Het lijkt wel of ze je ook aankijken, hoewel ze doodmoe moeten zijn van al die gezichten voor hun raam de hele dag. De vissen zitten verdeeld over 77 kleinere en grote bakken. Het toppunt is het enorme theater, 10 meter hoog en tientallen meters breed. Ze zitten vol met druk heen en weer zwemmende vissen, tot haaien en grote roggen aan toe.

Deze mooie had een bak voor zich alleen

Na alle vissen gezien te hebben eet ik nog een noedelsoep in het restaurant op het park. Om 2 uur sta ik weer bij de bushalte voor de lange rit terug naar Naha. Het busvervoer in de middag is nog wat schaarser dan in de ochtend, dus het kost me zo’n 3,5 uur inclusief wachttijden om “thuis” te komen.

Naha, Okinawa

De eilandengroep Okinawa ligt zo’n 2100 kilometer ten zuiden van Tokyo. Dat is 3 uur vliegen, en dat nog eens bovenop de 10,5 uur vanuit Nederland naar Japan. Het subtropische Okinawa is een populaire vakantiebestemming voor de Japanners. Mijn vlucht met Skymark Airlines is echter lang niet uitverkocht: maar ongeveer 25 van de 180 plaatsen zijn bezet. Ik heb dus 3 stoelen voor mezelf om wat slaap in te halen.

De vlucht landt in Naha, de hoofdstad. Ik had een beetje een exotisch paradijsje verwacht, maar het is vooral heel erg Japans. Rustig, netjes, georganiseerd. Reclames en niet-commerciële uitingen lijken zich uitsluitend te richten op een doelgroep van 11-jarige meisjes: vrolijke figuurtjes, pastelkleuren en opwekkende muziek geven aan wat je allemaal wel en niet mag of moet.

In de monorail: let op je vingers!

De meest handige vorm van openbaar vervoer in Naha is de monorail, een spoorlijn enkele tientallen meters boven de grond. Voor 6 EUR mag je er 24 uur onbeperkt mee reizen. Dat doe ik volop op mijn eerste volledige dag hier. Om 8 uur rijd ik naar het eindpunt in het noorden, Shuri-ji. Shuri (in de heuvels) en Naha (haven) waren vroeger twee steden, maar ze zijn aan elkaar gegroeid. Nu is het een grote massa huizen en flats – er wonen ruim 300.000 mensen.

Shuri was de stad waar de koningen van het Ryukyu-koninkrijk woonden. Dit Ryukyu was een zelfstandige staat, totdat het in de 17e eeuw door Japan werd geannexeerd. Uit de Ryukyu-periode is nog veel overgebleven, en dat wordt met lokale trots gepresenteerd. De eilanden hadden in die tijd veel contact met China, wat in de bouwstijl terug te zien is. De inwoners hingen een natuurgodsdienst aan, en nu nog zijn er tempeltjes en heilige plekken op Okinawa waar de natuur vereerd wordt. In Shuri zie je dat terug in Sonhyan-utaki, een stenen poort die toegang gaf tot een (nu verdwenen) heilig bos, en in Suimui Uitaki, een van de ceremoniële plaatsen op het binnenterrein van het Shuri-kasteel.

Heilige plek bij het Shuri-kasteel

Het Shuri-kasteel is verreweg de populairste bezienswaardigheid van Naha. Ik ben er al bij openingstijd, half 9, maar zeker niet als enige. Busladingen vol zijn er, vooral veel scholieren. Het kasteel ligt op een heuvel en wordt omringd door lange, grijze stenen muren, typisch voor hier. Ze worden af en toe onderbroken met poorten in Chinese stijl. Ook het vele rood en de leeuwen bij de ingang doen aan China denken.

Het kasteel is in de Tweede Wereldoorlog met de grond gelijk gemaakt. Pas in 1992 is het in volle glorie hersteld. Als je je schoenen in een door dames in klederdracht aangereikt plastic tasje stopt, mag je naar binnen in het felrode paleis dat in het centrum van het kasteelcomplex staat. Heel veel te zien is er niet, en het is allemaal ook nieuw natuurlijk.

Scholieren op het binnenterrein van het Shuri-kasteel

Een minuut of 5 verwijderd van het kasteel ligt het mausoleum van de Ryukyu-koningen. Het is maar een paar honderd meter lopen, maar hier is het veel rustiger. Ik ben zelfs de enige op het binnenterrein. Achter de lange grijze muren bevinden zich drie poorten waarachter de notabelen in graftombes bijgezet werden. Daar mag je nu niet meer bij, het enige dat je ziet is de sobere buitenkant. Het spreekt mij wel aan, mede omdat het er veel origineler uitziet dan het kasteel.

Buitenmuur van het mausoleum

Tijd om Shuri weer te verlaten. Het is pas half 11, maar ik heb nog een heel programma gepland (Naha-in-één-dag). De volgende bestemming zijn de tuinen en het koninklijk buitenverblijf. Hier kun je niet met de monorail komen, maar wel met stadsbus nummer 5. Deze rijdt gelukkig frequent over de hoofdstraat van Naha. Na een kwartiertje meen ik “Shikina-en” te verstaan van de dame op het bandje dat in de bus de haltes voorleest. Gelukkig staat er ook nog een groot bord, dus ik stap bij de juiste halte uit.

Deze landschapstuin is ook een voorbeeld van de Chinese invloed op het Ryukyu-koninkrijk. Het wandelpad slingert zich rond een centrale vijver, met Chinese bruggetjes en een zeshoekig paviljoen. Het is een lekkere plek om wat rond te lopen omdat de bomen de brandende zon tegenhouden. Behalve een paar Japanse bejaarden is er niemand op het terrein.

Erg Chinese tuin

Ik neem de bus terug naar het centrum, en lunch daar met een broodje en cappucino bij Doutor – een koffieketen die ik nog van mijn vorige Japan-reizen ken. De zaak ligt aan de Kokusai Dori, dé hoofdstraat en winkelstraat van Naha. Gisteravond liep ik hier ook al even. Het is onvoorstelbaar hoeveel kitscherige rotzooi hier te koop is. Nog erger is het in de overdekte zijstraten. Maar ik moet hier vandaag weer door, want er tussenin ligt de Makishi-markt.

De markt is ook overdekt én gekoeld. Het is kleiner dan ik gedacht had, een paar rijen maar. Maar bijna alle kramen hebben voor mij erg exotisch uitziende waar. Uitgestald ligt zo ongeveer alles wat je uit zee kunt scheppen: zeewier, schelpen, en kleurrijke vissen. Ik geloof niet dat ik ooit zo’n felblauwe vis als hier gezien heb.

Gekleurde vis op de vismarkt

Na ook nog even de kramen met varkenspootjes bewonderd te hebben, stap ik weer in de monorail voor het laatste doel van vandaag: het provinciaal museum. Het blijkt een enorm gebouw te zijn, een moderne uitvoering van de Ryukyu-kasteelbouw met grijze, lange muren. Ze hebben een kunstmuseum en een historisch museum. Alleen in dat laatste ga ik naar binnen.

De geschiedenis van Okinawa blijkt vrij simpel te vertellen te zijn. In vijf ruimtes leer je alles over de natuurlijke en menselijke historie. De Ryukyu waren weliswaar goede bouwers en handelaars, maar veel moois hebben ze niet nagelaten. Het grootste deel van de bevolking was druk met landbouw, en de bovenlaag sloot zich op achter de hoge muren van de kastelen.

Traditioneel opslaghuis voor gewassen, vóór het provinciaal museum

Aan het eind van de permanente collectie is nog een paar meter ingeruimd voor de Tweede Wereldoorlog en de Amerikaanse bezetting van Okinawa. De begeleidende tekst noemt die laatste periode (tot 1972) een “ordeal” (beproeving) – 90% van de gebouwen was verwoest en voedsel was schaars. Er is nog veel anti-Amerikaans sentiment hier, mede door de 14 legerbases die er nog steeds zijn en die 18% van het oppervlak van het eiland beslaan.

Als je hier als westerling rondloopt denken ze ook meteen dat je een Amerikaan bent, dat merkte ik gisteren al. Niet dat je dan met de nek aangekeken wordt hoor, ik heb al weer wat staaltjes Japanse beleefdheid in ontvangst mogen nemen (sta je even voor een routebord te kijken, snelt er meteen iemand naar je toe met een Engelstalige kaart).

Route Japan 2012

Komende woensdag vertrek ik voor een reis van 3,5 week door Japan. Het is mijn derde bezoek aan dit land, de laatste keer was al weer 9 jaar geleden! Maar het is me altijd blijven trekken en er is nog genoeg te zien. Ik heb een route bedacht waar de nadruk ligt op het zuidwesten: de eilanden Okinawa en Yakushima, Kyushu, en vandaar door richting de omgeving van Tokyo.

Er staat natuurlijk ook weer een aantal werelderfgoederen (WE) op de planning, 5 om precies te zijn. Plus twee plekken die in 2013 mogelijk op de Lijst komen. Verder reis ik heel wat rond, per vliegtuig, boot en natuurlijk de trein.

Het voorlopige programma ziet er als volgt uit:

Datum Programma Verblijf
16 mei Vlucht KL0861 Amsterdam – Tokyo, vertrek om 4.55 uur. Vliegtuig
17 mei Aankomst op Tokyo Narita om 8.50 uur.
Daar door om 12.40 uur met een binnenlandse vlucht van Skymark Airlines naar Naha, de hoofdstad van Okinawa.
Aankomst in Naha om 15.45 uur. Met de monorail naar het hotel.
Best Western Naha Inn, Naha (Okinawa)
18 mei Bezoek aan Naha, met onder andere het Shuri-kasteel, het Tamaudun Mausoleum en andere overblijfselen uit de tijd dat Okinawa nog een eigen koninkrijk was (WE1). Ook het historisch museum en de Makishi markt, met traditioneel Okinawaans voedsel zoals zeeslang, staan op het programma. Best Western Naha Inn, Naha (Okinawa)
19 mei Met de bus naar het noorden van het eiland. Nog meer kasteelruïnes, het Churaumi Aquarium en het Ryukyu Mura openluchtmuseum. Best Western Naha Inn, Naha (Okinawa)
20 mei Vlucht met ANA naar Kagoshima 10.50-12.15 uur. Daar JR Railpas inwisselen op het station, en misschien ‘s middags nog even de stad verkennen (o.a. Sengan-en tuin en zomerverblijf). Hotel Sunflex, Kagoshima
21 mei Veerboot naar Yakushima, 8.30 – 12.30 uur. Als het te regelen valt, ‘s avonds naar de eieren leggende schildpadden op het Nagata-strand. Miyanoura Port Side YH, Yakushima
22 mei Wandeling naar Shiratani Unsuikyo (ca. 3 uur retour), een bos met de Yakusugi cederbomen waar het eiland beroemd om is. Herten en apen leven er ook volop. Miyanoura Port Side YH, Yakushima
23 mei Rondje met de lokale bus rond het eiland. Naar de Oko-no-taki watervallen en mijn voet zetten in het werelderfgoedgebied langs de westkust (WE2) Miyanoura Port Side YH, Yakushima
24 mei Terug naar het “vasteland”. De snelle boten vertrekken in de ochtend. Vanuit Kagoshima dan 40 minuten verder met de snelle trein noordwaarts naar Kumamoto. In Kumamoto is het kasteel het meest bezienswaardige. Toyoko Inn Kumamoto-jo Torichosuji, Kumamoto
25 mei Dagtocht naar de actieve vulkaan Mt. Aso. Heen en terug met de trein, en met de kabelbaan omhoog. Toyoko Inn Kumamoto-jo Torichosuji, Kumamoto
26 mei Trein naar Okayama. Halve dagtocht naar Kurashiki, met 17e eeuwse houten koopmanshuizen. Toyoko Inn Okayama-eki Higashi-guchi, Okayama
27 mei Fietstocht(je) over de Kibi-vlakte. Bezoek aan de Koraku-en (uit de Japanse tuinen top 3) en het zwarte kasteel. Toyoko Inn Okayama-eki Higashi-guchi, Okayama
28 mei Trein naar Izumo (Shimane), 3 uur.  Izumo Taisha schrijn Toyoko Inn Izumo-shi Ekimae, Izumo
29 mei Dagtocht per lokale trein naar Oda (shimane). Hele dag in de Iwami Ginzan zilvermijn (WE3), plus eventueel havenplaatsje Yunotsu Toyoko Inn Izumo-shi Ekimae, Izumo
30 mei Oversteek naar het noorden van Japan (per trein), met een stop halverwege in Kobe Green Hill Hotel, Kobe
31 mei Met de trein verder naar het noorden, met onderweg Mount Fuji, mogelijk werelderfgoed in 2013 Hotel Associa, Yokohama
1 juni Via Sendai naar Hiraizumi. Middag al in Hiraizumi, en overnachting in een ryokan. Ryokan Soba’an Shizukatei, Hiraizumi
2 juni Hiraizumi, boeddhistische tempels en tuinen (WE4). Later op de dag nog verder naar het noorden, trein naar Hirosaki Hotel Route Inn, Hirosaki
3 juni Bezoek Hirosaki, het ”Kyoto van het Noorden”. En naar het mogelijk werelderfgoed Sannai-Maruyama, archeologische opgravingen uit de Jomon-periode, in Aomori Hotel Route Inn, Hirosaki
4 juni Rondrit per trein rond Shirakami-Sanchi (WE5), een nationaal park grotendeels bedekt met oerbos van de Japanse beuk. Dormy Inn, Akita
5 juni Terug naar Tokyo; musea en andere zaken Hotel Niwa, Tokyo
6 juni Tokyo Hotel Niwa, Tokyo
7 juni Tokyo Hotel Niwa, Tokyo
8 juni Dagtocht naar Kamakura, tempelstad en voormalige hoofdstad van Japan. Mogelijk nieuw WE in 2013. Hotel Niwa, Tokyo
9 juni Terugvlucht naar Nederland. Vertrek 13.35 uur. Vlucht KL0864. Aankomst op Schiphol: 18.15 uur. Thuis
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.