Werelderfgoed #632: Telc

Wat is het?
Het Historisch Centrum van Telč bestaat uit een kasteel en een driehoekige marktplaats, beiden stammend uit de Renaissance. Meest opvallend is de reeks originele huizen aan het plein, die eind 16de eeuw in steen gebouwd werden nadat een brand hun houten voorgangers had verwoest. In de 17de eeuw zijn er nog barokke gevels toegevoegd aan de façades van een aantal huizen.

Cijfer: 5 (De gevels zijn ieder voor zich inderdaad prachtig. Maar ze hebben het plein omgetoverd tot één grote parkeerplaats! En verder was er nog een rommelig marktje. Veel steden in dit deel van Tsjechië hebben wel van deze aparte gevels, ook in Cesky Krumlov zie je ze.).

Toegang: Nergens entree betaald hier.

Hoeveel tijd: Ik ben er ongeveer 2 uur lang geweest, inclusief stevige Tsjechische lunch in het Švejk restaurant.

Opvallend: Er zullen niet heel veel mensen van Telc gehoord hebben. Maar er komen toch wel toeristen hier: bij binnenkomst in de stad word je naar één van de grote parkeerterreinen geleid. Daar kunnen vele bussen een plek vinden, en moet je betaald parkeren. Het is dan nog een paar minuten lopen naar dé attractie van de stad: het marktplein. Het is een zeer langgerekt plein, ongeveer driehoekig van vorm. Aan alle drie zijden staat een rij kleurige huizen, elk afwisselend van kleur en type gevel.

Fotograferen is helaas heel moeilijk doordat het middenterrein van het plein volstaat met auto’s, busjes en wat marktkramen. Dus na de eerste ronde heb ik het al wel een beetje gezien, en ga aan de lunch.

In een uithoek van het plein ligt het kasteel. Dit is niet het type middeleeuws kasteel/burcht zoals in Cesky Krumlov, maar meer iets paleisachtigs uit de Renaissance. Ik had geen zin om weer met een gids en een grote groep een rondgang door de kamers te maken. Maar het gebouw, de binnenplaats en de tuin (die je allen vrij kunt bezoeken) zijn wel de moeite waard.

Adam (?) in een nis van het paleis van Telc

Werelderfgoed #631: Cesky Krumlov

Cesky1

Wat is het?
Het Historisch Centrum van Cesky Krumlov heeft zich ontwikkeld rondom een 13de eeuws kasteel. De stad in de regio Bohemen, die voornamelijk door Duitsers werd bewoond, groeide aan weerszijden van de Vltava rivier. Het was een belangrijk handelscentrum in Centraal-Europa. Veel gebouwen en het stratenplan uit de middeleeuwen en de Renaissance zijn bewaard gebleven. Na de Eerste Wereldoorlog werd Cesky Krumlov onderdeel van Tsjechoslowakije. Er leven nu 15.000 mensen.

Cijfer: 7 (Het is een fotogenieke plek, vooral door het kasteel dat wat te groot lijkt voor het plaatsje. Echt heel veel te zien is er verder ook weer niet).

Toegang: Rondlopen kost uiteraard niks, en ook de verschillende binnenhoven van het kasteel zijn gratis te bezoeken. Alleen als je binnen iets wilt zien, moet je met een tour mee. Ik deed ‘Tour 1’ door enkele zalen van het kasteel, 45 minuten voor het ruime bedrag (voor Tsjechische begrippen) van 260 kronen (bijna 10 EUR).

Hoeveel tijd: Als je deze streek vol werelderfgoederen aan het verkennen bent – ik ‘doe’ er 3 in 2 dagen – is het ideaal om in Cesky Krumlov te overnachten. Er zijn heel veel pensions (iedereen lijkt kamers te verhuren) en restaurants. Ik arriveerde er vrijdagmiddag rond 1 uur en ging zaterdagochtend om 10 uur weer weg. Binnen die tijd heb je het meeste wel gezien.

Opvallend: Door regen op vrijdag besloot ik me eerst maar eens te gaan verdiepen in de musea. Het Egon Schielemuseum is een museum voor moderne kunst, vernoemd naar de expressionist Egon Schiele die hier aan het begin van de 20e eeuw enige tijd gewoond heeft. Ik ken Schiele van mijn studie aan de Open Universiteit, waar zijn verwrongen portretten het handboek ‘Expressionisme’ sieren (de cursus waarvoor ik 2x ben gezakt, en daarna heb ik het maar opgegeven).

Cesky2

Werk van Schiele op de buitenmuur van het museum

Schiele werd uiteindelijk Cesky Krumlov uitgejaagd omdat hij jonge meisjes naakt voor hem zou laten poseren. Er hangt niet veel van zijn werk hier (het is heel kostbaar), het meeste is in Wenen. Toch is het een mooi museum, vooral door de lopende tentoonstelling van het werk van de Tsjech Pavel Brazda. Die kan mij überhaupt meer bekoren dan Schiele.

Door de regen haast ik me vervolgens naar het kasteel, waar ik een kaartje voor de eerste de beste rondleiding koop. Helaas let ik niet zo goed op: er zijn verschillende kaartjes te koop, en ik wilde eigenlijk naar het kasteeltheater wat heel mooi moet zijn. Ik kom echter met zo’n 40 andere toeristen terecht in een rondleiding door de paleiskamers. Zelden interessant, ook hier niet – alleen de vele opgezette beren vallen op. De kasteelheren hielden altijd beren in de slotgracht, en zetten ze op als ze stierven. Nog steeds schijnen er twee beren gehouden te worden in de gracht, maar ik zag ze niet (ze zaten binnen vanwege de kou waarschijnlijk). De mooiste zaal van de rondleiding komt aan het eind: de maskeradezaal, met op alle muren afbeeldingen van gemaskerde feestgangers.

Cesky3

Eén van de binnenhoven van het kasteel

De volgende ochtend schijnt gelukkig de zon, en kan ik een ronde door de stad maken mét camera. Vanaf de verschillende bruggen zijn er mooie uitzichten op het kasteel. Ik loop in een uur helemaal ‘bovenlangs’, opnieuw door alle binnenhoven van het kasteel, over de wit-blauwe Mantelbrug en langs de tuinen. Je komt dan aan de andere kant van het centrum weer uit bij een brug. Een leuke wandeling op de vroege ochtend – en ik was zeker niet de enige. Cesky Krumlov wordt echt overspoeld door vooral Aziatische toeristen, midden in de zomer moet het echt geen doen zijn. Net als in een stad als Florence zijn de middeleeuwse straatjes niet berekend op zulke aantallen mensen.

Cesky5

De Mantelbrug bij het kasteel

Werelderfgoed #630: Holasovice

Holasovice 007

Wat is het?
Het Historische dorp Holašovice bestaat uit 23 gebouwen rond een langgerekt dorpsplein. Het werd in de 16e eeuw gesticht door Duitse kolonisten onder de naam “Holschowitz”. Zij brachten de traditie met zich mee om huizen van steen te bouwen in plaats van het meer kwetsbare hout. Overgebleven tot op heden zijn de 18e eeuwse stenen boerenhuizen in een volksbarokke stijl.

Cijfer: 5 (Het is best schattig. Maar op de schaal der dingen is dit toch wel iets heel kleins. Er is ook weinig achtergrondinformatie beschikbaar om de traditie die deze huizen vertegenwoordigen tot leven te wekken.).

Toegang: Alleen in het dorpsmuseum kun je naar binnen. Het kost 60 Tsjechische kronen (2,25 EUR).

Hoeveel tijd: Het is heel knap als je het er langer dan een half uur volhoudt. Na 25 minuten waren mijn vingers er bijna afgevroren en ging ik maar terug de auto in. Met mooi weer is het vast heel fotogeniek.

Opvallend: Dit ligt me toch afgelegen. Het aanrijden vanaf het vliegveld ging al niet helemaal gemakkelijk doordat mijn TomTom de geest heeft gegeven. Ik moest het dus doen met de navigatie van mijn telefoon. En er waren heel veel wegwerkzaamheden die de telefoon in verwarring brachten. Het dorp ligt een minuut of 20 van de snelweg af. Ik dacht eerst dat ik er al was toen ik ergens een rij kleurrijke huisjes aan een vijver zag staan. Maar dat bleek een ander dorp te zijn (met blijkbaar dezelfde oorsprong). Nergens onderweg heb ik een bord naar dit werelderfgoed gezien.

Holasovice 011

Hoofdstraat van Holasovice

En hoe dichter ik bij de bestemming kwam, hoe kouder het werd en hoe witter de velden met sneeuw bedekt waren. Eén van de markantste plekken in het dorp moet een grote vijver zijn, maar die kon je bijna niet meer zien.

Ik parkeerde mijn auto bij de ingang van het dorp, en daar stond zowaar een minibusje met een groep Aziatische toeristen. Ook zij maakten snel wat foto’s. Ik liep dapper een ronde over het plein. Alle huizen zijn nog gewoon bewoond, en hoewel de façades leuke kleurtjes hebben zeggen ze weinig over wat er daar achter zit. In huis nummer 6 is een klein “museum” ingericht – misschien kun je beter zeggen dat de boer in een schuur zijn oude spullen tentoonstelt, om zo nog een zakcentje bij te verdienen.

Holasovice 017

Spullen van de boer

De man geeft wel bij elk voorwerp een uitgebreide uitleg in het Engels. Later praten we nog even na, over het weer (“dit is niet normaal”) en over Nederland (hij was enkele jaren geleden in Aalten, bij de Duitse grens). Het voordeel van een bezoek aan dit museum is ook dat je kunt zien hoe de traditionele boerenhuizen hier in elkaar zitten: door de poort kom je op een binnenplaats, met links vooraan het woonhuis en daarachter de stallen en schuren. Om binnen te komen moest ik de bel luiden, en toen kwam de eigenaar uit zijn huis naar buiten.

Voor bijna elk huis staat nog een waterpomp, waarmee vroeger het water via buizen de boerderij ingepompt werd.

Holasovice 019

Waterpomp

Terugblik Egypte 2017

105 landen zijn Egypte voorgegaan op mijn reizen door de wereld. En dat terwijl het zo dichtbij ligt. Maar ja, er was altijd wel wat aan de hand. Het is me echter prima bevallen, en ik ga dan ook nog graag een keer terug. Dan naar het noorden, naar Caïro en Alexandrië en de werelderfgoederen die daar in de buurt liggen.

De toeristenindustrie is in Egypte vaak op de massa gericht en oppervlakkig, dus de volgende keer moet ik zelf de voorbereiding ook wat meer ter hand nemen om meer bijzondere dingen te kunnen zien.

egyp0

Voorbereiding

De voorbereiding bleef dit keer beperkt tot het boeken van een privé-tour bij Djed Reizen. Ik koos een route van Luxor naar Aswan, en plakte daar nog een tweedaagse verlenging voor Abu Simbel aan vast. Djed, dat een kantoor in Nederland heeft, werkt bijzonder efficiënt en vriendelijk. Ik koos hen vooral omdat ze hun eigen dahabiya-cruiseschepen hebben.

Op het vliegveld van Caïro moet je een visum kopen. Het is meer een soort entreegeld: bij een bank koop je voor 25 US dollar een sticker die je in je paspoort plakt. Betalen in euro’s kan ook, dan krijg je al wat Egyptisch wisselgeld terug.

egypvisa

Vervoer

Vliegtuig
Mijn vluchten waren met EgyptAir, gereserveerd door de tourorganisatie. Het voordeel van EgyptAir is dat hun vlucht van Amsterdam naar Caïro aansluit op binnenlandse vluchten naar o.a. Luxor en Aswan. Wat verder handig is dat je door een soort zijingang door de grenscontrole gaat op het vliegveld Caïro. Daar was het erg rustig.

De veiligheidscontroles op de vliegvelden in Egypte zijn zeer streng – of althans: ze hebben een reeks van controles achter elkaar geplaatst, om de kans te verminderen dat er iets of iemand tussendoor glipt. Zo is er een controle van de auto al een kilometer of zo vóór het vliegveld, en dan een personencontrole bij de ingang en één bij de vertrekgate. Er zijn veel mensen bij betrokken, maar de beschikbare apparatuur ziet er niet al te modern uit.

Lokaal vervoer
Mijn voornaamste vervoermiddel deze reis was de dahabiya, een luxe zeilschip. Er waren met mij 3 Zuidafrikanen aan boord met hun eigen gids, plus een Australisch stel. Met de laatsten deelde ik een gids en de eettafel.

Het schip kan zeilen, maar wordt het grootste deel van de tijd voortgetrokken door een motorbootje. Dit lot is er voor zo ongeveer alle grotere zeilschepen op de Nijl. We voeren stroomopwaarts en er was weinig wind. Het grootste deel van de dag brachten we door op het bovendek. Mijn vaste stekje was er de hangmat.

egypv2

Ons zeilschip

Hotels

Luxor
Het Iberotel Luxor is een groot hotel in het centrum van de stad, aan de Nijl en op loopafstand van de Luxor-tempel. Degelijke kamer met een goed bed en goede airco. Geen water en geen wifi op de kamer (wel in de lobby, gratis). Wel een balkon met uitzicht op een rotonde. Goed ontbijtbuffet, met zitjes op het terras. Je kunt er ’s avonds ook eenvoudig en goedkoop eten. Erg vriendelijk personeel. Op loopafstand van de Luxor-tempel en het centrum van de stad.

egyph1
Website: Iberotel Luxor

Dahabiya

Op de Dahabiya had ik een ruime eigen kamer plus badkamer. Ik had gelukkig een kamer aan de oostkant gekozen: die ligt ’s middags in de schaduw, en blijft dus lekker koel wanneer de hitte toeneemt op het bovendek. Stroom is er alleen in de avonduren, en er is beperkte wifi. Al het eten aan boord was inclusief, en uitstekend.

egyph2

Website: Dahabiya Zekrayaat

Abu Simbel
De Eskaleh Lodge was de meest kleinschalige accommodatie van deze reis. Het is een pension met overal lekkere zitjes, en heerlijke Nubische muziek. Erg loom, Soedanees. Het restaurant lijkt drukker bezocht dan de hotelkamers, maar is ook prima. Dit is de enige kamer waar ik ’s nachts last had van muggen, maar gelukkig was er wel een klamboe.

egyph3a

Buitenterrein van de Eskaleh Lodge

egyph3b

Website: Eskaleh Nubian Eco Lodge

Aswan
Het Isis Island Hotel was het minste hotel van deze reis. Het is een groot complex, geschikt om grote toergroepen te herbergen (met mij was er een groep Chinezen). Alleen erg druk hebben ze het tegenwoordig niet meer, dus het hotel leek maar op halve kracht te draaien. Grootste bezwaar echter is dat het op een eiland ligt, en dat je dus steeds met een bootje heen en weer moet als je even de stad in wilt.

egyph4

Website: Pyramisa Isis Island Hotel

Eten

De Egyptische keuken kent buiten het eigen land weinig aanhangers. Op de boot was het eten uitstekend, in restaurants vaak erg matig.

Ontbijt
In alle hotels was het ontbijt inclusief en telkens ongeveer hetzelfde van inhoud. Goed brood is schaars in Egypte, hun traditionele dunne brood droogt erg snel uit. Maar met gebakken eieren, pannenkoeken, wentelteefjes en yoghurt was er toch genoeg. Fruit was relatief schaars, behalve voor vers fruitsap.

egype1

Lunch en diner
Tijdens lunch en diner eet je ongeveer hetzelfde. Tussen de middag op het schip aten we vooral salades, gevulde aubergines/courgettes en groentestoofschotels, meestal met rijst. ’s Avonds was er dan vlees of vis, en telkens een stuk of 5 verschillende bijgerechten. Gedurende 4 dagen hebben we geen enkele keer hetzelfde gerecht gehad, echt geweldig gedaan door de kok op zo’n schip (zijn keuken was overig groter dan die bij mij thuis, en zeker moderner).

egype2
Ondanks de aanstroom van toeristen in Luxor en Aswan zijn goede restaurants er schaars. In Luxor at ik het beste op het dakterras van het Al Shaby Lane-restaurant. Ik had er onder andere Feteer: een soort Egyptische pizza, heel dun bladerdeeg gevuld met gehakt, tomaat, kaas en kruiden. Met mijn favoriete bijgerecht: verse baba ghanoush (auberginedip).

egype3

Feteer en Baba Ghanoush op het dakterras in Luxor

Kosten

Egypte is geen duur land. Je moet al moeite doen om voor lunch of diner meer dan 100 Egyptische pond (5 EUR) kwijt te zijn. Drankjes aan boord van de dahabiya kostten slechts 0,85 EUR, en als je in een supermarktje een blikje cola of een fles water kocht was ik meestal niet meer dan 0,25 – 0,50 EUR kwijt.

Er is een uitgebreide fooiencultuur in Egypte, maar daarvan was ik door het georganiseerde gedeelte van de reis wel aardig afgeschermd. Alleen het personeel van de boot en de gidsen moeten uiteraard wel een fooi hebben. Dat waren dan ook mijn voornaamste uitgaven boven op de volledig georganiseerde reis.

Werelderfgoed #629: Abu Simbel

Abu Simbel 007

De tempel van Ramses II in Abu Simbel

Wat is het?
De Nubische monumenten van Abu Simbel tot Philae omvatten een reeks archeologische schatten in het zuiden van Egypte. Ze werden door de Egyptische farao’s gebouwd om controle te krijgen of te houden over Nubië. Het Nubische koninkrijk fungeerde als een soort kolonie voor het oude Egypte, en zorgde voor aanvoer van goud, koper en ivoor. De tempels van Abu Simbel en Philae zijn verder beroemd omdat ze aan het eind van de jaren zestig een paar honderd meter verplaatst zijn, toen ze door de aanleg van de Aswan Dam en het Nasser-meer onder water dreigden te verdwijnen.

Cijfer: 8 (De oude Egyptenaren waren vooral goed in hele grote dingen bouwen. De hoofdtempel van Abu Simbel, het belangrijkste monument van dit werelderfgoed, is daar naast de piramides het beste voorbeeld van. Als je het vergelijkt met de absolute wereldtop onder de bouwwerken van oude beschavingen, zoals Machu Picchu in Peru, Angkor in Cambodja en Petra in Jordanië, is het allemaal wat minder verfijnd. Maar het is ook veel ouder.).

Toegang: De toegang tot Abu Simbel kost 115 Egyptische pond (5,75 EUR). De tempels liggen net buiten het plaatsje, maar het is goed te voet te bereiken. Binnen mogen geen foto’s gemaakt worden.

Hoeveel tijd: Bij de tempels van Abu Simbel ben ik twee keer een uur geweest. Om alle monumenten te zien die bij dit werelderfgoed horen heb je nog wel twee dagen extra nodig in en om Aswan.

Opvallend: Mijn tijd in Egypte was helaas beperkt tot 10 dagen, dus ik moest keuzes maken. Voor dit werelderfgoed, dat eigenlijk uit 10 verschillende locaties bestaat, besloot ik me vooral te richten op Abu Simbel. Drie uur rijden door de woestijn vanaf Aswan, en je bent er. Sinds eind vorig jaar is deze weg weer gewoon te berijden – tot die tijd moesten auto’s en bussen zich aansluiten bij een konvooi onder politiebegeleiding, dat twee keer per dag op een vast tijdstip de rit van Aswan naar Abu Simbel maakte (naar verluidt om niemand in de woestijn kwijt te raken). Nu is er alleen aan het begin en aan het eind van de weg een checkpoint. Chauffeur en gids moesten hun identificatie laten zien, voor mij voldeed de vermelding dat ze “een Hollander” aan boord hebben.

Abu Simbel is een rustig plaatsje. Het ligt slechts iets ten noorden van de grens met Soedan. De Soedanese invloed is goed merkbaar in de Eskaleh Lodge, waar ik overnacht. De hele dag klinkt er lome Soedanese muziek en de hartelijkheid is groot.

Abu Simbel 066

Muurschildering van een Nubische vrouw in Abu Simbel

Om 3 uur in de middag breng ik mijn eerste bezoek aan de tempels van Abu Simbel. De gids die de reisorganisatie meegestuurd heeft is eigenlijk overbodig – gidsen mogen de tempels niet in en moeten buiten hun verhaal doen aan de hand van foto’s. Echt ingewikkeld is het verhaal hier ook niet: farao Ramses II (“de Grote”) liet de twee tempels van Abu Simbel bouwen in de 13e eeuw voor Christus ter meerdere eer en glorie van zichzelf en om de Nubiërs te laten zien hoe machtig hij wel was. De façade van de grootste van de twee tempels is dan ook opgesierd met maar liefst vier metershoge beelden van hemzelf.

Abu Simbel 040

Ramses II in het groot

De tempels liggen tegenwoordig met hun rug tegen een heuvel aan de oever van het Nasser-meer. Behalve de enorme grootte van de beelden is het meest bijzondere aan Abu Simbel toch wel het verhaal van hun verplaatsing. Bij de entree is in een fototentoonstelling te zien hoe ze de enorme rotstempel in grote brokken gezaagd hebben en op hun nieuwe locatie weer opgebouwd. Als je goed kijkt kun je in de huidige structuur de naden nog zien (ze zijn dichtgemaakt met een soort cement), maar opvallend is het niet.

De twee tempels van Abu Simbel zijn qua architectuur heel anders dan de grote tempels in Luxor en langs de Nijl. Ze werden uit een rots gehakt in plaats van gebouwd. Ze zijn dan ook niet zo diep van binnen en simpeler van opzet. Doordat er binnen naast wat oorlogsscènes en meer grote beelden niet zoveel te zien is, ben ik in een uurtje klaar met mijn eerste rondgang.

Abu Simbel 039

Beide tempels naast elkaar

De volgende ochtend sta ik om kwart over 5 op om nog een keer naar de tempels te gaan. In de ochtend worden ze door de zon verlicht, en dat is dan ook het beste moment om foto’s te maken. Ik ga er alleen te voet naar toe, het is nog redelijk koel en er zijn alleen wat honden op straat. Bij de tempels zelf is er net als gisteren ook bijna niemand: ik kom alleen de 3 Zuidafrikanen tegen die samen met mij de afgelopen dagen over de Nijl voeren.

Kamelen en een markt

Dahabiya 4 001

De dag start met ontbijt aan dek

Deze ochtend hoeven we alleen maar de Nijl over te steken om bij eerste ‘attractie’ van de dag aan te komen. We gaan naar Daraw, bekend van de kamelenmarkt. Het plaatsje ligt nog een minuut of 10 landinwaarts, dus er staan auto’s klaar aan de kade om ons er heen te brengen.

De kamelenmarkt zelf is een beetje een raadsel: volgens sommige reisgidsen vindt hij op dinsdag plaats, volgens andere op donderdag en weer anderen menen op zaterdag en zondag. Onze gids van de boot houdt het bij dat laatste. Vandaag (donderdag) is er dus geen markt. De kamelen zijn er echter al wel. Ze worden per vrachtwagen uit het verdere zuiden van Egypte en Soedan aangevoerd. Op binnenplaatsen in Daraw worden ze vastgehouden tot ze verhandeld kunnen worden.

Dahabiya 4 033

Jonge kameel

We zien eerst een zestal jonge kamelen, die hun schuilplaats delen met geiten. Bij de buren staan de grote kamelen ‘in de tuin’. De beesten draaien zich en masse om als we het terrein oplopen, zodat we alleen hun achterste zien. Ze lijken – niet geheel onterecht – bang voor bezoekers. Voor 500 EUR heb je trouwens al een redelijke kameel.

Dahabiya 4 034

Schuwe kamelen

In het hart van Daraw is het terrein waar de kamelen verhandeld worden. Vandaag is het helemaal leeg, maar er is niet veel voorstellingsvermogen voor nodig om de kamelen hier verzameld te zien. Heel handig is er zelfs al een slager op het terrein: de kamelen worden in Egypte meestal gekocht voor hun vlees. Bij één van de restaurants waar ik in Luxor at stond ook een kamelenburger en een kamelensteak op het menu.

Veel te zien is er niet, dus we verleggen de aandacht naar de straten in het centrum van Daraw waar een ‘gewone’ markt wordt gehouden. Snel spot ik ook hier samen met mijn Australische reisgenoot al een slagerij die kamelenvlees verkoopt. Ze laten de staart er aan zitten, zodat je kunt zien dat het geen koe is. Het zou ook wel een heel grote koe geweest zijn.

Dahabiya 4 036.JPG

Kamelenslager

Op de markt is verder vooral groente en fruit te koop, niet veel anders dan in Nederland. Het leukst is om mensen te kijken, veel van het Egyptische stadsleven heb ik nog niet gezien. Veel van de mensen zijn al Nubiërs, donkere mensen uit het zuiden van Egypte (en Soedan).

Dahabiya 4 059

Ze laten ons rustig rondlopen en foto’s maken. We worden bij een school naar binnen gevraagd. Daar zijn ze net bezig met een sportdag. De kinderen vinden het echter interessant genoeg om naar ons te zwaaien met hun Egyptische vlaggetjes.

Dahabiya 4 076

De rest van de dag verloopt verder heel loom. Het wordt steeds warmer, dus het is lastig om op de boot nog verkoeling te vinden. Gelukkig lukt dat wel op mijn kamer, die aan de goede (oostelijke) kant ligt. Ik lees mijn tweede boek uit, eet nog een copieuze lunch en schuif natuurlijk aan om 4 uur voor de dagelijkse thee met koekjes.

Dahabiya 4 093

Rond kwart over 5 bereiken we onze finale ligplaats, 10 kilometer van de stad Aswan. We maken nog een wandeling langs de kade en door de naastgelegen landbouwvelden. Er ligt een Nubisch dorpje, met de karakteristieke witte lemen huizen die ik in Soedan zoveel zag. Hier zijn de huizen wat eenvoudiger. De gids kent het hier ook niet, maar een vriendelijke dorpsbewoner begeleidt ons door het dorp en de velden terug naar de boot.

Dahabiya 4 096

Huis in het dorp

Onmoeting met de grote cruiseschepen

We hebben overnacht aan de voet van de steengroeve bij Silsila, die eeuwenlang de hofleverancier van zandstenen blokken voor de grote tempels langs de Nijl was. Hier ligt ook de rotstempel van Horemheb, en die gaan we na het ontbijt het eerst bezoeken. De tempel bestaat uit enkele ruimtes uitgehouwen in de rotsen. Het duizelt je hier van de namen, soms zijn de tempels vernoemd naar de farao die ze gesticht heeft en in andere gevallen naar de god die er vereerd werd. Horemheb was een verder niet al te opvallende farao, het is voor het eerst deze reis dat zijn naam valt.

Dahabiya 3 010

Hier op de muren is het hiëratische schrift te lezen, een soort verkort hiëroglyphenschrift dat al wat meer weg heeft van letters. Door het nu al hete zand lopen we langs de waterkant verder, want er zijn hier nog meer graven te vinden. Het zijn kleine tombes, vaak alleen voor man en vrouw. Ze hebben allen Nijlzicht.

Aan het eind van het pad komen we aan bij de steengroeve. Je kunt zien dat er hier nette rechthoekige stukken zijn uitgehakt om te verschepen.

Dahabiya 3 030

Oude steengroeve

De rest van de ochtend worden we weer over de Nijl verder gesleept. De schipper durft het niet meer aan het zeil te hijsen, zo lijkt het. Er is nauwelijks wind en we moeten stroomopwaarts. Het landschap onderweg verandert nauwelijks. Steeds dezelfde strook groen, de vissers, de watervogels. Alleen zie je hier meer naar het zuiden meer rieten hutten voor vissers om in te schuilen.

Dahabiya 3 052

Na de lunch arriveren we in Kom Ombo. Dit is een wat grotere plaats, waar net als in Edfu gisteren een Ptolemeïsche tempel staat. We leggen aan bij de kade aan de boulevard, en zien direct al twee grote cruiseschepen liggen. Op het tempelterrein zijn we desondanks de eersten. De tempel van Kom Ombo is speciaal omdat het een dubbeltempel is: hij is gewijd aan twee goden, Horus (net als in Edfu) en Sobek.

Dahabiya 3 060

Horus (links) en Sobek (rechts) naast elkaar

Sobek wordt meestal afgebeeld met de kop van een krokodil als hoofd. In het verleden waren er in dit deel van de Nijl veel krokodillen, en dit is dan ook één van de twee belangrijkste tempels die aan de krokodillengod gewijd zijn. Ze hielden hier zelfs een heilige krokodil in de tempel, en als die stierf werd hij gemummificeerd. In een klein museum naast de ruïnes zijn nog van die krokodillenmummies te zien.

De tempel zelf vind ik er op de één of andere manier nogal Grieks uitzien. Het vermengen van Egyptische en Griekse tradities is ook typisch voor de Ptolemeërs. Hier is geen dak meer over zoals in Edfu (een meer complete tempel), maar de inscripties in Kom Ombo zijn van betere kwaliteit. We zien meerdere gave afbeeldingen van de krokodillengod Sobek uiteraard, maar bijvoorbeeld ook van de leeuwengod Sekhmet. Aan de achterzijde is daarnaast de beroemde set afbeeldingen te vinden van een barende vrouw en chirurgische instrumenten.

Dahabiya 3 075

Chirurgische instrumenten

Bij de tempel ligt ook een goed bewaard gebleven Nijlometer, waarmee de waterstanden van de Nijl werden gemeten. De tempel van Kom Ombo ligt overigens pal aan het water.

Dahabiya 3 100

Nijlometer

Tussen drie uur en half vier, als wij op het punt staan weg te gaan, wordt het drukker op het terrein. Er zijn dan al meer dan 100 toeristen gearriveerd, waaronder veel Fransen. Als we weer bij de kade komen zien we wat de tempel vanmiddag nog te wachten staat: er liggen zeker 12 enorme cruiseschepen aangemeerd. Die varen allemaal volgens hetzelfde snelle en strakke schema over de Nijl tussen Luxor en Aswan.

Dahabiya 3 125

Cruiseschepen voor de tempel van Kom Ombo

Wij zijn blij met de rust en de ruimte op onze dahabiya. En met onze kok, die driemaal daags minstens vijf verschillende heerlijke gerechten bereid. Deze avond worden we zelfs verrast met kalkoen!