Route Azoren 2017

Door werkverplichtingen ben ik erg laat met mijn “voorseizoen”-vakantie dit jaar, en heb ik zelfs de geplande trip naar Kazakhstan & Kirgizië moeten annuleren. Het is inmiddels al bijna juli, wat betekent dat de schoolvakanties gaan beginnen, het overal veel drukker wordt en het ook nog eens heel warm kan zijn.

Gelukkig heb ik op mijn reisverlanglijst nog een paar opties voor een “koude zomervakantie”: IJsland moet er toch nog een keer van komen, maar nu kies ik eerst voor de Azoren. Midden in de Atlantische Oceaan, halverwege tussen Portugal en de Verenigde Staten. Ik overnacht er op twee eilanden: Terceira en Pico. Ruige natuur, beetje wandelen, twee werelderfgoederen bekijken.

azorenmap

De globale reisroute is als volgt:

Datum Programma Verblijf
29 juni Rechtstreekse vlucht met TUI van Amsterdam naar het eiland Terceira op de Azoren. Vertrek om 7.20 uur, aankomst om 9.55 uur (het is 2 uur vroeger). In de middag al het centrum van de hoofdstad Angra do Heroismo bekijken (werelderfgoed #1). Angra was een belangrijke havenstad in de tijd van de grote ontdekkingsreizen. Pousada Castelo de S. Sebastiao, Angra do Heroisme (Terceira)
30 juni Wandeling langs oude forten aan de zuidoostkant van Terceira. Angra do Heroisme (Terceira)
1 juli Bezoek aan Algar do Carvao en Furnas do Enxofre, twee plekken die op de lijst van mogelijk toekomstig werelderfgoed staan. Het zijn lava tunnels en zwavelgaten. Angra do Heroisme (Terceira)
2 juli Binnenlandse vlucht naar het eiland Pico met de luchtvaartmaatschappij SATA: van 9.35 tot 10.10 uur. Bezoek aan werelderfgoed #2: de voormalige wijnbouwgronden, aangelegd op lava. Het bezoekerscentrum is vanaf Lejida te voet te bereiken. Alma do Pico, Madalena (Pico)
3 juli Dagtocht per veerboot naar het eiland Faial, of nog wat wandelen op Pico eiland. Madalena (Pico)
4 juli Walvis- en dolfijnenexcursie van een halve dag vanaf de haven van Madalena. Madalena (Pico)
5 juli Bezoek aan Sao Roque, waar de oude walvisfabriek en boothuizen zijn omgevormd tot een museum. Later op de dag terugvliegen naar Terceira, 16.35 – 17.10 uur. Angra do Heroismo (Terceira)
6 juli Terugvlucht naar Nederland met TUI: 10.20 – 18.10 uur. Thuis

Zhovkva

Omdat ik nog een halve dag over heb voordat mijn vlucht terug naar Amsterdam (via Wenen) vertrekt, besluit ik die in de omgeving van L’viv door te brengen. Er staat nog een houten kerkje op de Werelderfgoedlijst in Zhovkva: één uit een serie van zestien, waarvan ik er vorig jaar al zes heb gezien in het nabijgelegen deel van Polen. Niet echt nodig voor een ‘vinkje’, maar ik ben wel de eerste van ons gezelschap die één van de Oekraïense kerkjes gaat bezoeken. En het is een mooi excuus om wat meer van het Oekraïense platteland te zien.

Zhovkva1

Het houten werelderfgoedkerkje van Zhovkva

Via mijn hotel heb ik de avond van tevoren een auto met chauffeur geboekt. Keurig op tijd staat de volgende ochtend een oudere man met een redelijk moderne personenwagen voor de deur. Hij spreekt een beetje Duits. We rijden direct naar Zhovkva, een plaats met 13.000 inwoners. Het ligt zo’n 30 kilometer ten zuiden van L’viv. De straten in L’viv zijn erg slecht, en met de provinciale wegen is het al niet beter gesteld. Volgens de chauffeur is alleen de weg naar Kiev en de weg naar Polen goed. Toen ik zaterdagochtend aankwam per vliegtuig in L’viv viel me ook al op hoeveel onverharde wegen er nog zijn rondom de stad. Het asfalt dat plaatsen verbindt houdt al snel op bij zijstraten waaraan de huizen liggen.

Veel te zien is er onderweg niet. Wat oude fabrieken en wat landbouwgrond. Binnen een half uur zijn we al in Zhovkva. Het werelderfgoed is niet moeilijk te vinden. Ik had voor de zekerheid een printje meegenomen met de naam van de kerk in Oekraïens schrift én een afbeelding waarop de kerk goed herkenbaar is. De chauffeur weet het echter prima te vinden: de houten kerk ligt pal aan de weg vanaf L’viv naar het centrum van Zhovkva. Net als in L’viv zijn er hier ook tweetalige bordjes (in het Oekraïens en Engels) die de bezienswaardigheden aangeven.

Zhovkva2

Interieur van het kerkje

Van mijn eerdere bezoeken aan de Poolse soortgenoten van deze houten kerken weet ik dat het twijfelachtig is of je er ook naar binnen kunt. Soms is er een telefoonnummer geprikt op de voordeur, het nummer van de koster die je kunt bellen met de vraag of hij langskomt met de sleutel. Maar hier in Zhovkva heb ik geluk: er gaat net een man naar binnen, en ik kan zo achter hem aan.

De kerk dateert uit 1720. De goudkleurige iconostase heeft nog een stuk of 50 iconen uit diezelfde beginperiode. Erg indrukwekkend. Verder is het net een kleine Scandinavische blokhut, waar niet heel veel kerkgangers in passen. De muren hangen vol met religieuze schilderijen. Daar tussen hangt ook de oorkonde voor de inscriptie op de Werelderfgoedlijst. De pastoor komt ook nog even gedag zeggen. Net als vele anderen die ik de afgelopen dagen heb ontmoet denkt hij dat ik Pools ben – daar komen de meeste buitenlandse toeristen vandaan. Een andere taal spreekt hij niet, alleen het Oostenrijkse “Grüss Gott” kent hij.

Zhovkva3

Deel van de iconostase met schilderingen

Ik loop nog een rondje om de kerk heen. Het bestaat uit drie houten koepels, met dakpannen van hout. Alleen een origineel bijgebouw is van steen. Met 20 minuten heb ik het allemaal wel gezien.

In Zhovkva hebben ze ook nog een oud kasteel, en de chauffeur stelt voor daar ook nog even langs te rijden. Het kasteel stamt uit de 17e eeuw. Veel meer dan één lange façade lijkt er niet van over te zijn. Het is ook gesloten: misschien omdat het maandag is, of omdat ze bezig zijn het te restaureren.

Zhovkva4

Het kasteel van Zhovkva

Het kasteel ligt aan het grote marktplein, net als de overige belangrijke gebouwen van de stad. Natuurlijk zijn er weer een paar kerken (heel populair in Oekraïne sinds de val van het communisme), maar ook een winkelgalerij en het stadhuis. Een man (een gemeenteambtenaar?) stapt op me af als hij me ziet kijken en nodigt me uit de toren van het stadhuis te beklimmen. En er is zelfs een gemeentemuseum! Veel zin heb ik daar niet in, dus ik keer terug naar het parkeerterrein voor het kasteel waar mijn privé-chauffeur van de dag alweer staat te wachten.

Zhovkva5

In de straten van Zhovkva, waar je niet lang hoeft te wachten op een Lada op de foto

Werelderfgoed #633: L’viv

Lviv 031

Het Zwarte Huis aan het centrale plein

Wat is het?
Het Historisch Centrum van L’viv is een stad van middeleeuwse origine in het westen van Oekraïne. Het verenigt de artistieke tradities vanuit Oost-Europa met die van Duitsland en Italië. L’viv is van oudsher een handelsstad, die lang deel uitmaakte van het koninkrijk Polen (tot 1772) en Oostenrijk-Hongarije (tot 1918). Het trok verschillende bevolkingsgroepen aan die ieder in hun eigen gemeenschappen leefden – van Armeniërs tot joden, en van Oekraïeners tot Duitsers en Hongaren.

Cijfer: 7,5 (L’viv is inderdaad nogal een mix van verschillende bouwstijlen en religieuze tradities. Veel van wat je nu ziet dateert van rond 1900, er is ook veel Art Nouveau. Echt uitzonderlijke hoogtepunten zijn er niet, maar er is veel bezienswaardigs voor een kort bezoek.).

Toegang: L’viv is een bijzonder goedkope stad. Rondlopen door de stad kost sowieso niets, maar daar waar je geacht wordt iets te betalen is dat erg weinig voor Westeuropese begrippen. In de Armeense kathedraal betaalde ik 5 grivna (0,15 EUR) om foto’s te mogen maken. De entree tot het Oekraiens museum kost 90 grivna (2,70 EUR).

Hoeveel tijd: Ik ben er anderhalve dag geweest. Het is ook een gezellige stad om te overnachten en wat te eten en drinken op één van de vele terrassen.

Opvallend: Mijn eerste rondje door het centrum deed ik zaterdagmiddag, direct na aankomst per vliegtuig uit Wenen. De Boim Kapel is net als het Zwarte Huis opvallend zwart. Het is een grafkapel uit de 17e eeuw, met decoraties van zwart marmer en ook het effect van rook en vuil door de eeuwen heen heeft zijn werk gedaan.

Lviv 016

Mooiste deel van de Boim Kapel

Op zondag werkte ik gestructureerd de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad af. Ik startte in de voormalige Armeense wijk, net iets ten noorden van het centrale plein. Van de buurt is niet veel meer over, maar de Armeense kathedraal staat er nog in volle glorie. Hij is tegenwoordig van de Armeens-Apostolische Kerk, nadat onder het Sovjet-regime de Armeense kerk decennia lang verboden was.

Lviv 037

In de Armeense kathedraal

Het meeste van wat je nu ziet is vrij nieuw, uit het begin van de 20e eeuw. De felgekleurde muurschilderingen zijn het opvallendst. Door de lichtinval heeft het interieur een mysterieuze sfeer.

Wat verder naar het noorden ligt de Opera, een neo-renaissancistisch bouwwerk uit 1901 dat ook in Parijs niet zou misstaan. Vlakbij ligt het Andrey Sheptytsky Nationaal Museum. Daar zijn ze het communistische handboek voor musea nog niet vergeten. In iedere zaal zit een streng kijkend oud vrouwtje op een stoel. Het grootste deel van de collectie bestaat uit iconen die vanuit kerken uit de regio L’viv naar hier zijn verplaatst. Er zijn zelfs enkele volledige iconostasen (volledige wanden samengesteld uit iconen, die het allerheiligste afschermen van het gewone volk).

Lviv 070

Façade van een koopmanshuis

Vervolgens loop ik verder langs de koopmanshuizen van het centrale plein. Op de binnenplaats van één daarvan ligt “de Italiaanse binnenplaats”. Ook hier moet je een klein beetje entree betalen. Maar het is dan wel het meest romantische plekje van de stad, waar fotografen druk bezig zijn bruidspaartjes te vereeuwigen.

In het zuidoosten van het centrum ligt de voormalige synagoge (alleen wat ruïnes zijn over) en de Grieks-katholieke Bernardijnenkerk met zijn vestingwerken. Hier stop ik ook voor lunch: forel met brood is de specialiteit.

Lviv kathedraal 024

St. Joris Kathedraal

Na een siësta in het hotel liep ik naar het tweede deel van het werelderfgoed:  de Sint-Joris Kathedraal, een kilometer of twee buiten het centrum. Het is de hoofdkerk van de Oekraïens-katholieke kerk. Het gele gebouw in barok- en rococostijl ligt op een heuvel. Het is er druk als ik aankom: er is net een trouwerij aan de gang. Blijkbaar is zondag een populaire dag om te trouwen in Oekraïne, want het volgende bruidspaar staat al voor de deur te wachten.

Via een zijingang kan ik toch even binnen kijken. Net als in de andere kerken die ik bezocht in L’viv vallen de vele vaandels op. En altijd maar weer de afbeeldingen van de Heilige Joris die een draak doodt – hij lijkt de meest populaire heilige hier in de stad.

Werelderfgoed #632: Telc

Wat is het?
Het Historisch Centrum van Telč bestaat uit een kasteel en een driehoekige marktplaats, beiden stammend uit de Renaissance. Meest opvallend is de reeks originele huizen aan het plein, die eind 16de eeuw in steen gebouwd werden nadat een brand hun houten voorgangers had verwoest. In de 17de eeuw zijn er nog barokke gevels toegevoegd aan de façades van een aantal huizen.

Cijfer: 5 (De gevels zijn ieder voor zich inderdaad prachtig. Maar ze hebben het plein omgetoverd tot één grote parkeerplaats! En verder was er nog een rommelig marktje. Veel steden in dit deel van Tsjechië hebben wel van deze aparte gevels, ook in Cesky Krumlov zie je ze.).

Toegang: Nergens entree betaald hier.

Hoeveel tijd: Ik ben er ongeveer 2 uur lang geweest, inclusief stevige Tsjechische lunch in het Švejk restaurant.

Opvallend: Er zullen niet heel veel mensen van Telc gehoord hebben. Maar er komen toch wel toeristen hier: bij binnenkomst in de stad word je naar één van de grote parkeerterreinen geleid. Daar kunnen vele bussen een plek vinden, en moet je betaald parkeren. Het is dan nog een paar minuten lopen naar dé attractie van de stad: het marktplein. Het is een zeer langgerekt plein, ongeveer driehoekig van vorm. Aan alle drie zijden staat een rij kleurige huizen, elk afwisselend van kleur en type gevel.

Fotograferen is helaas heel moeilijk doordat het middenterrein van het plein volstaat met auto’s, busjes en wat marktkramen. Dus na de eerste ronde heb ik het al wel een beetje gezien, en ga aan de lunch.

In een uithoek van het plein ligt het kasteel. Dit is niet het type middeleeuws kasteel/burcht zoals in Cesky Krumlov, maar meer iets paleisachtigs uit de Renaissance. Ik had geen zin om weer met een gids en een grote groep een rondgang door de kamers te maken. Maar het gebouw, de binnenplaats en de tuin (die je allen vrij kunt bezoeken) zijn wel de moeite waard.

Adam (?) in een nis van het paleis van Telc

Werelderfgoed #631: Cesky Krumlov

Cesky1

Wat is het?
Het Historisch Centrum van Cesky Krumlov heeft zich ontwikkeld rondom een 13de eeuws kasteel. De stad in de regio Bohemen, die voornamelijk door Duitsers werd bewoond, groeide aan weerszijden van de Vltava rivier. Het was een belangrijk handelscentrum in Centraal-Europa. Veel gebouwen en het stratenplan uit de middeleeuwen en de Renaissance zijn bewaard gebleven. Na de Eerste Wereldoorlog werd Cesky Krumlov onderdeel van Tsjechoslowakije. Er leven nu 15.000 mensen.

Cijfer: 7 (Het is een fotogenieke plek, vooral door het kasteel dat wat te groot lijkt voor het plaatsje. Echt heel veel te zien is er verder ook weer niet).

Toegang: Rondlopen kost uiteraard niks, en ook de verschillende binnenhoven van het kasteel zijn gratis te bezoeken. Alleen als je binnen iets wilt zien, moet je met een tour mee. Ik deed ‘Tour 1’ door enkele zalen van het kasteel, 45 minuten voor het ruime bedrag (voor Tsjechische begrippen) van 260 kronen (bijna 10 EUR).

Hoeveel tijd: Als je deze streek vol werelderfgoederen aan het verkennen bent – ik ‘doe’ er 3 in 2 dagen – is het ideaal om in Cesky Krumlov te overnachten. Er zijn heel veel pensions (iedereen lijkt kamers te verhuren) en restaurants. Ik arriveerde er vrijdagmiddag rond 1 uur en ging zaterdagochtend om 10 uur weer weg. Binnen die tijd heb je het meeste wel gezien.

Opvallend: Door regen op vrijdag besloot ik me eerst maar eens te gaan verdiepen in de musea. Het Egon Schielemuseum is een museum voor moderne kunst, vernoemd naar de expressionist Egon Schiele die hier aan het begin van de 20e eeuw enige tijd gewoond heeft. Ik ken Schiele van mijn studie aan de Open Universiteit, waar zijn verwrongen portretten het handboek ‘Expressionisme’ sieren (de cursus waarvoor ik 2x ben gezakt, en daarna heb ik het maar opgegeven).

Cesky2

Werk van Schiele op de buitenmuur van het museum

Schiele werd uiteindelijk Cesky Krumlov uitgejaagd omdat hij jonge meisjes naakt voor hem zou laten poseren. Er hangt niet veel van zijn werk hier (het is heel kostbaar), het meeste is in Wenen. Toch is het een mooi museum, vooral door de lopende tentoonstelling van het werk van de Tsjech Pavel Brazda. Die kan mij überhaupt meer bekoren dan Schiele.

Door de regen haast ik me vervolgens naar het kasteel, waar ik een kaartje voor de eerste de beste rondleiding koop. Helaas let ik niet zo goed op: er zijn verschillende kaartjes te koop, en ik wilde eigenlijk naar het kasteeltheater wat heel mooi moet zijn. Ik kom echter met zo’n 40 andere toeristen terecht in een rondleiding door de paleiskamers. Zelden interessant, ook hier niet – alleen de vele opgezette beren vallen op. De kasteelheren hielden altijd beren in de slotgracht, en zetten ze op als ze stierven. Nog steeds schijnen er twee beren gehouden te worden in de gracht, maar ik zag ze niet (ze zaten binnen vanwege de kou waarschijnlijk). De mooiste zaal van de rondleiding komt aan het eind: de maskeradezaal, met op alle muren afbeeldingen van gemaskerde feestgangers.

Cesky3

Eén van de binnenhoven van het kasteel

De volgende ochtend schijnt gelukkig de zon, en kan ik een ronde door de stad maken mét camera. Vanaf de verschillende bruggen zijn er mooie uitzichten op het kasteel. Ik loop in een uur helemaal ‘bovenlangs’, opnieuw door alle binnenhoven van het kasteel, over de wit-blauwe Mantelbrug en langs de tuinen. Je komt dan aan de andere kant van het centrum weer uit bij een brug. Een leuke wandeling op de vroege ochtend – en ik was zeker niet de enige. Cesky Krumlov wordt echt overspoeld door vooral Aziatische toeristen, midden in de zomer moet het echt geen doen zijn. Net als in een stad als Florence zijn de middeleeuwse straatjes niet berekend op zulke aantallen mensen.

Cesky5

De Mantelbrug bij het kasteel

Werelderfgoed #630: Holasovice

Holasovice 007

Wat is het?
Het Historische dorp Holašovice bestaat uit 23 gebouwen rond een langgerekt dorpsplein. Het werd in de 16e eeuw gesticht door Duitse kolonisten onder de naam “Holschowitz”. Zij brachten de traditie met zich mee om huizen van steen te bouwen in plaats van het meer kwetsbare hout. Overgebleven tot op heden zijn de 18e eeuwse stenen boerenhuizen in een volksbarokke stijl.

Cijfer: 5 (Het is best schattig. Maar op de schaal der dingen is dit toch wel iets heel kleins. Er is ook weinig achtergrondinformatie beschikbaar om de traditie die deze huizen vertegenwoordigen tot leven te wekken.).

Toegang: Alleen in het dorpsmuseum kun je naar binnen. Het kost 60 Tsjechische kronen (2,25 EUR).

Hoeveel tijd: Het is heel knap als je het er langer dan een half uur volhoudt. Na 25 minuten waren mijn vingers er bijna afgevroren en ging ik maar terug de auto in. Met mooi weer is het vast heel fotogeniek.

Opvallend: Dit ligt me toch afgelegen. Het aanrijden vanaf het vliegveld ging al niet helemaal gemakkelijk doordat mijn TomTom de geest heeft gegeven. Ik moest het dus doen met de navigatie van mijn telefoon. En er waren heel veel wegwerkzaamheden die de telefoon in verwarring brachten. Het dorp ligt een minuut of 20 van de snelweg af. Ik dacht eerst dat ik er al was toen ik ergens een rij kleurrijke huisjes aan een vijver zag staan. Maar dat bleek een ander dorp te zijn (met blijkbaar dezelfde oorsprong). Nergens onderweg heb ik een bord naar dit werelderfgoed gezien.

Holasovice 011

Hoofdstraat van Holasovice

En hoe dichter ik bij de bestemming kwam, hoe kouder het werd en hoe witter de velden met sneeuw bedekt waren. Eén van de markantste plekken in het dorp moet een grote vijver zijn, maar die kon je bijna niet meer zien.

Ik parkeerde mijn auto bij de ingang van het dorp, en daar stond zowaar een minibusje met een groep Aziatische toeristen. Ook zij maakten snel wat foto’s. Ik liep dapper een ronde over het plein. Alle huizen zijn nog gewoon bewoond, en hoewel de façades leuke kleurtjes hebben zeggen ze weinig over wat er daar achter zit. In huis nummer 6 is een klein “museum” ingericht – misschien kun je beter zeggen dat de boer in een schuur zijn oude spullen tentoonstelt, om zo nog een zakcentje bij te verdienen.

Holasovice 017

Spullen van de boer

De man geeft wel bij elk voorwerp een uitgebreide uitleg in het Engels. Later praten we nog even na, over het weer (“dit is niet normaal”) en over Nederland (hij was enkele jaren geleden in Aalten, bij de Duitse grens). Het voordeel van een bezoek aan dit museum is ook dat je kunt zien hoe de traditionele boerenhuizen hier in elkaar zitten: door de poort kom je op een binnenplaats, met links vooraan het woonhuis en daarachter de stallen en schuren. Om binnen te komen moest ik de bel luiden, en toen kwam de eigenaar uit zijn huis naar buiten.

Voor bijna elk huis staat nog een waterpomp, waarmee vroeger het water via buizen de boerderij ingepompt werd.

Holasovice 019

Waterpomp

Terugblik Egypte 2017

105 landen zijn Egypte voorgegaan op mijn reizen door de wereld. En dat terwijl het zo dichtbij ligt. Maar ja, er was altijd wel wat aan de hand. Het is me echter prima bevallen, en ik ga dan ook nog graag een keer terug. Dan naar het noorden, naar Caïro en Alexandrië en de werelderfgoederen die daar in de buurt liggen.

De toeristenindustrie is in Egypte vaak op de massa gericht en oppervlakkig, dus de volgende keer moet ik zelf de voorbereiding ook wat meer ter hand nemen om meer bijzondere dingen te kunnen zien.

egyp0

Voorbereiding

De voorbereiding bleef dit keer beperkt tot het boeken van een privé-tour bij Djed Reizen. Ik koos een route van Luxor naar Aswan, en plakte daar nog een tweedaagse verlenging voor Abu Simbel aan vast. Djed, dat een kantoor in Nederland heeft, werkt bijzonder efficiënt en vriendelijk. Ik koos hen vooral omdat ze hun eigen dahabiya-cruiseschepen hebben.

Op het vliegveld van Caïro moet je een visum kopen. Het is meer een soort entreegeld: bij een bank koop je voor 25 US dollar een sticker die je in je paspoort plakt. Betalen in euro’s kan ook, dan krijg je al wat Egyptisch wisselgeld terug.

egypvisa

Vervoer

Vliegtuig
Mijn vluchten waren met EgyptAir, gereserveerd door de tourorganisatie. Het voordeel van EgyptAir is dat hun vlucht van Amsterdam naar Caïro aansluit op binnenlandse vluchten naar o.a. Luxor en Aswan. Wat verder handig is dat je door een soort zijingang door de grenscontrole gaat op het vliegveld Caïro. Daar was het erg rustig.

De veiligheidscontroles op de vliegvelden in Egypte zijn zeer streng – of althans: ze hebben een reeks van controles achter elkaar geplaatst, om de kans te verminderen dat er iets of iemand tussendoor glipt. Zo is er een controle van de auto al een kilometer of zo vóór het vliegveld, en dan een personencontrole bij de ingang en één bij de vertrekgate. Er zijn veel mensen bij betrokken, maar de beschikbare apparatuur ziet er niet al te modern uit.

Lokaal vervoer
Mijn voornaamste vervoermiddel deze reis was de dahabiya, een luxe zeilschip. Er waren met mij 3 Zuidafrikanen aan boord met hun eigen gids, plus een Australisch stel. Met de laatsten deelde ik een gids en de eettafel.

Het schip kan zeilen, maar wordt het grootste deel van de tijd voortgetrokken door een motorbootje. Dit lot is er voor zo ongeveer alle grotere zeilschepen op de Nijl. We voeren stroomopwaarts en er was weinig wind. Het grootste deel van de dag brachten we door op het bovendek. Mijn vaste stekje was er de hangmat.

egypv2

Ons zeilschip

Hotels

Luxor
Het Iberotel Luxor is een groot hotel in het centrum van de stad, aan de Nijl en op loopafstand van de Luxor-tempel. Degelijke kamer met een goed bed en goede airco. Geen water en geen wifi op de kamer (wel in de lobby, gratis). Wel een balkon met uitzicht op een rotonde. Goed ontbijtbuffet, met zitjes op het terras. Je kunt er ’s avonds ook eenvoudig en goedkoop eten. Erg vriendelijk personeel. Op loopafstand van de Luxor-tempel en het centrum van de stad.

egyph1
Website: Iberotel Luxor

Dahabiya

Op de Dahabiya had ik een ruime eigen kamer plus badkamer. Ik had gelukkig een kamer aan de oostkant gekozen: die ligt ’s middags in de schaduw, en blijft dus lekker koel wanneer de hitte toeneemt op het bovendek. Stroom is er alleen in de avonduren, en er is beperkte wifi. Al het eten aan boord was inclusief, en uitstekend.

egyph2

Website: Dahabiya Zekrayaat

Abu Simbel
De Eskaleh Lodge was de meest kleinschalige accommodatie van deze reis. Het is een pension met overal lekkere zitjes, en heerlijke Nubische muziek. Erg loom, Soedanees. Het restaurant lijkt drukker bezocht dan de hotelkamers, maar is ook prima. Dit is de enige kamer waar ik ’s nachts last had van muggen, maar gelukkig was er wel een klamboe.

egyph3a

Buitenterrein van de Eskaleh Lodge

egyph3b

Website: Eskaleh Nubian Eco Lodge

Aswan
Het Isis Island Hotel was het minste hotel van deze reis. Het is een groot complex, geschikt om grote toergroepen te herbergen (met mij was er een groep Chinezen). Alleen erg druk hebben ze het tegenwoordig niet meer, dus het hotel leek maar op halve kracht te draaien. Grootste bezwaar echter is dat het op een eiland ligt, en dat je dus steeds met een bootje heen en weer moet als je even de stad in wilt.

egyph4

Website: Pyramisa Isis Island Hotel

Eten

De Egyptische keuken kent buiten het eigen land weinig aanhangers. Op de boot was het eten uitstekend, in restaurants vaak erg matig.

Ontbijt
In alle hotels was het ontbijt inclusief en telkens ongeveer hetzelfde van inhoud. Goed brood is schaars in Egypte, hun traditionele dunne brood droogt erg snel uit. Maar met gebakken eieren, pannenkoeken, wentelteefjes en yoghurt was er toch genoeg. Fruit was relatief schaars, behalve voor vers fruitsap.

egype1

Lunch en diner
Tijdens lunch en diner eet je ongeveer hetzelfde. Tussen de middag op het schip aten we vooral salades, gevulde aubergines/courgettes en groentestoofschotels, meestal met rijst. ’s Avonds was er dan vlees of vis, en telkens een stuk of 5 verschillende bijgerechten. Gedurende 4 dagen hebben we geen enkele keer hetzelfde gerecht gehad, echt geweldig gedaan door de kok op zo’n schip (zijn keuken was overig groter dan die bij mij thuis, en zeker moderner).

egype2
Ondanks de aanstroom van toeristen in Luxor en Aswan zijn goede restaurants er schaars. In Luxor at ik het beste op het dakterras van het Al Shaby Lane-restaurant. Ik had er onder andere Feteer: een soort Egyptische pizza, heel dun bladerdeeg gevuld met gehakt, tomaat, kaas en kruiden. Met mijn favoriete bijgerecht: verse baba ghanoush (auberginedip).

egype3

Feteer en Baba Ghanoush op het dakterras in Luxor

Kosten

Egypte is geen duur land. Je moet al moeite doen om voor lunch of diner meer dan 100 Egyptische pond (5 EUR) kwijt te zijn. Drankjes aan boord van de dahabiya kostten slechts 0,85 EUR, en als je in een supermarktje een blikje cola of een fles water kocht was ik meestal niet meer dan 0,25 – 0,50 EUR kwijt.

Er is een uitgebreide fooiencultuur in Egypte, maar daarvan was ik door het georganiseerde gedeelte van de reis wel aardig afgeschermd. Alleen het personeel van de boot en de gidsen moeten uiteraard wel een fooi hebben. Dat waren dan ook mijn voornaamste uitgaven boven op de volledig georganiseerde reis.